Rare wereld 

Ik kan het nu gaan hebben over de vluchtelingen omdat dat nu in de samenleving speelt. Doe ik niet. Waarom niet? Omdat ik zoveel verschillende dingen denk daarover en dan wordt het zo’n hysterisch chaotisch stukje… Ok. In kort?! Vluchtelingen mogen komen hier. ALS ze anders dood gaan in eigen land. Niet als ze denken hier een betere toekomst te hebben. Sorry…we zijn maar klein. Waarom komen ze helemaal door legio buurlanden naar ons kleine landje?  Nee, als je gaat klagen over sfeer, mode, eten en onderdak dan was de nood blijkbaar niet te hoog en kun je terug. Maar ik kan niet zonder pardon iedereen eruit gooien. Nonsens. Je helpt je medemens. In principe dus. 

Niet kort en toch geschreven. Damn…lekker sterk weer van me…

Ik wilde het  eigenlijk over de mensheid hebben. Natuurlijk neem ik mezelf als voorbeeld in deze grote levensvraagstellerij.  

Hoe komt het dat het beeld dat de ander van mij heeft zo ver staat van mijn eigen beeld. Moet IK daar iets mee of DIE ANDER? Ik bedoel het net zo vaag als dat je het leest. 

Soms heb je gesprekken met mensen en door omgeving, het moment of gevoel kom je er ineens achter dat je een ander beeld had bij iemand. En nu heb ik dat niet zozeer bij mensen maar zij blijkbaar wel bij mij. Ik trouwens ook wel bij mezelf (ach…ik blijf me zelf verrassen…). 

Misschien praat ik veel maar zeg ik niet genoeg. Dat kan. Weer ik niet. Denk het. Blijkbaar. 

Ik ging jaartje of 7 geleden naar de pijnpolie voor de zoveelste prikkenparade in mijn rug (ken je dat…dat je vergeet dat iets pijn doet of dat je bang bent en in een soort roes leeft om vervolgens naderhand jezelf af te vragen: waarom schrik ik hier elke keer weer van?! Het is niet de eerste keer! Ezel-steen gevalletje. Maar dit terzijde). Eh…ik ging dus naar polie. Ik noemde dit als excuus waarom ik niet mee kon met, toentertijd, goede vriendin. Zij keek even raar en vroeg: “Hoezo moet je naar het ziekenhuis? Voor je rug? Zoveel last van?” Eh…JA! 

Voorbeeld twee: “Jij sporten? Oh jij komt altijd zo over alsof je jezelf helemaal goed voelt (gewicht enz)” Ergens gaat er hier iets verkeerd want mist iemand mijn ware aard??”

Voorbeeld drie: Ok. Dit is een gevoelig puntje: mijn spraakkunsten. Omdat ik veel praat en toch probeer altijd lol te hebben komt dat blijkbaar over alsof ik nergens mee zit. Ik ben grappig op tape. Ik schijn dingen leuk/grappig/treffend te kunnen verwoorden. Hoe ironisch. Helaas kan ik inhoud en uitwerking niet los van elkaar zien. 

En dat is nou net het vervelende van mensen zoals jij en ik. Onzichtbaar ‘zijn’. Niet te dramatisch lezen hoor! Maar naarmate ik ouder word voel ik dat ik steeds meer de behoefte krijg om even te vertellen hoe het er van binnen uitziet bij mij. Of te weten bij anderen. 

Puntje één: ja, mijn rug artrose is dermate klote dat ik dit altijd voel. Pijn. Er kan geopereerd worden maar risico’s zijn me te groot (zenuwtje aantikken en rest van je leven een elastiek op je been laten ketsen-gevoel…nee dank u). Dus wat doe ik? Medicijnen. Vooral snachts want alles langer dan een kwartier doen is niet prettig. Zitten, liggen, staan, lopen en noem maar op. Maarrrr ik ben al zover dat de pijn al gewone pijn geworden is die naar de achtergrond verplaatst is. Als ik niks raars doe. Maar daarom zul je mij zelden zien staan zonder ergens tegen aan te staan of zitten. Want stilstaan is het ergste, dan lopen, dan zitten en plat liggen. Oh en mij smorgens zien opstaan is een  feest waar menig cabaretier van zou smullen. 

Puntje twee: ja ik lach veel. Ik lach ook veel weg. Ik negeer niets, helaas niet, maar ik ben van mening dat ik zonder zelfspot, sarcasme, ironie en die lach net zo goed meteen een leuk grasje kan opzoeken. Dat wil niet zeggen dat het mij niets doet. En ik ga graag de discussie aan….eh…ik bedoel het gesprek aan waarom jij dat anders ziet. 

Puntje drie: ik lijk nieuwsgierig. Bemoeial. Dat ben ik ook. Een vriendin noemt mij belangstellend en geïnteresseerd. Zo voelt dat ook. Ik vind het interessant hoe andere mensen zijn, leven, keuzes maken en hun tijd mee vullen. Ik zou wel zo’n imaginairy friend willen zijn die ongemerkt overal even kan meekijken. Thuis en op je werk. Waarom? Gewoon. Lijkt me interessant. Enneh…’nieuwsgierigheid is erger dan jeuk’ is niet voor niets een oud credo van mij. 
Maar goed…na dit alles vraag ik me af hoe de mensen om mij heen zijn. Laat jij nou het achterste van je tong zien? Waarom verras jij mij na zo’n langdurige vriendschap nog met ‘onthullingen’? Is het erg als we niet 200% onszelf zijn bij een ander? Niet als het je buurman is nee. Maar je ouders? Bij je partner of je ‘soulmate’ (Oh ik walg ZO ENORM van dat woord! Ik kijk er ook misselijk bij als ik het typ. Soulmate…donder op! Er is niemand waarmee jij ziel maatjes bent. Brrrrr 

Maar het is toch een bijzondere wereld waarin we blijkbaar een aantrekkingskracht hebben voor vluchtelingen, onze zorg en financiën moeilijk onder controle krijgen en waarin we dermate met onszelf bezig zijn dat we via het wereld wijde web denken dat we elkaar kennen bijvoorbeeld. 

Of dat ik dacht dat die ander wel ziet of weet hoe ik in elkaar steek. Gek hoor. 

  

Rare wereld